Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Het Christelijk leven staat bloot aan het gevaar om bij het in praktijk brengen van de concentratie in een eenzijdig isolement te verduffen, om altijd maar bij Hem te willen zijn, met niemand méér dan de uitverkoren twaalf, of honderd, of duizend, die men tot den „kring" rekent. Dit gevaar wordt grooter, naarmate het gezamenlijk bij Jezus zijn en naar Hem luisteren meer wordt tot een bij elkaar zijn en naar elkaar luisteren. Er is dan een gemeenschap, zeer zeker, maar deze gemeenschap vormt een gesloten kring, die de enkeling wel van zijn volstrekt alleen staan verlost, maar die hem toch tenslotte weer op zijn weg van Jezus naar de wereld, van Jeruzalem naar Rome, halverwege ophoudt.

★ * ★

De trek naar expansie brengt eveneens gevaren mee. De activiteit, waaraan de bezinning geen spanning en richting gaf, verloopt en verslapt spoedig. Vol vuur zich naar alle zijden wendend met onbestemde liefde, staat zij weldra mismoedig en verlegen, uitgeput door krachtsverspilling, teleurgesteld door tegenslag, verbitterd door ondankbaarheid. Zoo maar „het goede" te willen doen zonder innerlijke vernieuwing en zonder uit te gaan van eenige nadere bepaling van den aard der liefde, die men betoonen wil, leidt meestal slechts tot wat kortademige, onwezenlijke philantropie. De daad moet geboren worden uit het voorafgaande, neen voortdurende levenscontact met Christus, die onze liefde tot de menschen afhankelijk stelt van onze liefde tot God en onze liefde tot God beproeft aan onze liefde tot de menschen.

De Christelijke activiteit, die verzuimt het gedurig zich terugtrekken naar de rust, waarin Hij spreekt, verijlt en

Sluiten