Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

bedekt heeft. Tweedracht over zijn genezing, angst bij zijne ouders, zoodat zij niet voor de heerlijkheid van de genezing durven uitkomen, zoodat hun dankbaarheid voor den Heelmeester door vrees verdwijnt, en daar tusschendoor de dreiging van de Farizeërs: „Wie Hem, Jezus, belijdt den Christus te zijn, die zal uit de Synagoge geworpen worden."

Jezus brengt strijd. Dat bemerkt de blindgeborene. Maar Jezus brengt ook strijd in zijn eigen leven. O, toen Jezus voorbijgaand hem daar zag zitten, toen zag Hij daar een man, dien Hij uit de duisternis tot het licht zou brengen, eerst lichamelijk, dan geestelijk. Jezus roept in hem wakker den strijd des geloofs en Hij laat hem ook verder niet los. Als de duisternis der wereld zich openbaart, kan ook de blindgeborene Jezus niet loslaten. Hij gevoelt zich hoe langer hoe meer aan dien Redder verbonden. Hij zal den strijd voor Hem opnemen. O, 't wordt hem wel moeilijk, 't Valt zwaar, om tegenover allerlei menschen, die voor de zaak zelf, 't eigenlijke zelf, niet gevoelen, te blijven getuigen van den grooten schat, dien men heeft ontvangen, 't Valt zwaar tegenover een vijandige, geleerde omgeving als eenvoudig man te moeten strijden. Maar hoe meer hij in de duisternis inblikt, hoe helderder en lichter voor hem de gestalte van zijn geneesmeester wordt, hoe inniger hij zich aan Hem verbonden gevoelt, hoe grooter dingen hij van Hem getuigen gaat, hoe vrijmoediger hij in zijn spreken wordt. De strijd wordt feller, maar ook zijn getuigenis door zijn dieper wordend geloof klaarder. Hij zal den strijd niet ontwijken, zooals zijne ouders. Als hij eindelijk vrijmoedig met de Farizeërs in twistgesprek treedt, zullen zij hem buiten de synagoge werpen. De strijd om Jezus ontgaat den discipel niet. Wat zij den Meester aandoen, zal ook de

Sluiten