Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

len en de verloochening van Petrus. Misschien is dit bedoeld als een klacht om aan te duiden hoe Zijn onnoemelijk lijden door deze gedragingen verzwaard zal worden?

Daar is niet de minste aanwijzing welke deze opvatting rechtvaardigt. Aan Zichzelf en Zijn lijden denkt Jezus nooit, nu niet, noch in Gethsémane, noch tijdens de verhooren, noch op den kruisweg, noch in Zijn doodsstrijd. Zijn lijden is de taak welke de Vader Hem oplegt — het kruis zal Hij willig dragen, indien het niet mogelijk is dat deze drinkbeker aan Hem voorbijgaat. In dit licht zie ik in 's Heeren woord ,,Voorwaar zeg ik u, dat gij in dezen zeiven nacht, eer de haan gekraaid zal hebben, mij driemaal zult verloochenen," de nog éénmaal naar Petrus uitgestrekte hand om hem te genezen van zijn gevaarlijk zelfvertrouwen. Ik hoor daarin het woord van den goddelijken opvoeder, straks nog versterkt door de dringende noodiging: „waakt en bidt, dat gij niet in verzoeking komt". Is de discipel beleedigd door die uitgestrekte hand, geprikkeld door die waarschuwing? Het lijkt wel zoo te zijn. Met al het vuur van zijn bruisende ik-heid, werpt hij het woord eruit, vertrouwend op zichzelf, sterk in zijn waan: ,,A1 moest ik ook met U sterven, zoo zal ik U geenszins verloochenen".

Dan zwijgt de Meester, maar in dit oogenblik vindt Hij ongetwijfeld reeds de formuleering van de gedachte (welke bij ons helaas maar al te veel een gevleugeld woord is geworden): ,,de geest is wel gewillig, maar het vleesch is zwak". Dat woord, bijna verscholen in het majesteitelijke Gethsémane-tafreel, is wel een bijzonder scherpe typeering van Petrus, en van allen die véél met hem gemeen hebben. En nu denk ik niet alleen aan de onrust van mijn eigen bestaan, maar ook aan de eerlijke

Sluiten