Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Heer geleid wordt. Nog één oogenblik, en Jezus is gevangen en gebonden. Ha, nu is de kans voor Petrus gekomen! Nu zal zijn Meester gewaar worden dat Hij op Zijn discipel vertrouwen kan. Niemand anders dan Petrus is het die het zwaard trekt en een raken slag toebrengt. Hij vreest niet om met zijn Heer te sterven terwijl de zwaarden kletteren. Doch daar klinkt een woord dat hem doet terugdeinzen. Jezus weigert de hulp van een sterken arm, ontzegt zichzelven het recht om een teeken uit den hemel te begeeren — het moet alzoo geschieden! Jezus wordt weggevoerd. De zaak is verloren. De jongeren vluchten — slechts Johannes en Petrus volgen van verre en weten toegang te krijgen tot het binnenplein van den hoogepriester; waar laatstgenoemde zich met de bedienden neerzet rondom het vuur, quasi om zich te warmen, inderdaad om den afloop te zien.

Mag ik zeggen dat deze man beeft, niet van koude, maar van een geweldige zenuwspanning? Beeft ook van teleurstelling omdat alles zóó jammerlijk geloopen is? Hij is met één slag al zijn vertrouwen kwijt in zijn Heer, tegen wien hij steeds zoo hoog opzag. Ja, hij heeft ook alle vermaningen en waarschuwingen vergeten welke betrekking hadden op dezen nacht. Hij glijdt steeds dieper weg in zijn eigen zwakke ik.

Dan wordt hij plotseling opgeschrikt door het woord van de slavin: Ook gij waart met Jezus, den Galileër. Aller aandacht wordt eensklaps op hem gericht, en in een ondeelbaar oogenblik heeft hij 't antwoord klaar: ik weet niet wat gij zegt.

Op dezen weg naar beneden gaat Petrus voort, de berichten zijn wonderlijk eenstemmig: driemalen verloochent hij zijn Heer, voor de derde maal zelfs met vervloeking

Sluiten