Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

sombere voorspel van den vrede, die later het deel is van den apostel, van de rust der ziel, welke ook hij eenmaal bezit, als hij het laatste steunpunt heeft prijsgegeven, dat hij zonder God in zichzelf vond. Daarom vind ik vrijheid om het paradoxale woord neer te schrijven: God doet met Petrus iets vreeselijks, dat later toch louter zaligheid bleek te zijn.

God toont ons in Petrus die zijn meester driemalen verloochent, onbarmhartig duidelijk ons eigen beeld. In de groote beproeving dreigen ook wij onder te gaan. Ons vleesch, onze moed, ons zelfvertrouwen — zij bezwijken. Hoevele malen gaan wij uit in de eenzaamheid om bitterlijk te weenen? En toch — dit is mijn laatste woord niet. Ik schrijf niet over Petrus alléén. Ik schrijf over Jezus en Petrus. Daarom denk ik niet aan onszelf alléén, maar aan Jezus en mij. De blik van Jezus die in Petrus een getrooste vertwijfeling deed groeien, is even onsterfelijk als het kraaien van den haan. Het hanengekraai alléén, dat ons herinnert aan de smadelijke nederlaag, zou ons wanhopig maken. Maar de blik van Jezus richt op en redt. Daarom voert Gods leiding ook u en mij in de levenscrisis, opdat wij getroffen en getrokken zouden worden door dien blik. Van Petrus richt hij zich op het kruis. Het kruis der verzoening, waar ook de zonde van Petrus wordt geboet. Het kruis der verzoening waaraan Jezus ook voor onze nederlaag en ontrouw sterft. Het kruis waaraan Jezus ons de verzekering geeft van Gods aanbiddelijke genade, zelfs voor ons, diepgevallen menschen. Het kruis blijft eeuwig staan — en door onzen blik op het kruis der Eeuwige Liefde leeren wij al ons vertrouwen stellen op God en op Zijn genade alléén. Zóó voert ook onze vreeselijke beproeving tot zaligheid. — Alle leidingen Gods in ons arme

Sluiten