Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

deze aarde is, vraagt de Stadhouder vol verbazing, die minachting en hoon verbergt: „Zijt gij dan toch een koning ?

Jezus: „Een iegelijk, die uit de waarheid is, hoort mijne stem.

Dan keert Pilatus zich om. Verder onderhoud met zulk een phantast is nutteloos. Met een „wat is waarheid?" laat hij Jezus staan.

Ik geloof dat Anatole France, een Fransche schrijver, Pilatus in een zijner gedichten juist karakteriseert. Het is vele jaren later. Pilatus is oud en grijs geworden. Hij zit in een kring van vrienden op Capri, waarheen hij verbannen is. Een van hen vraagt: „Zeg, Pilatus, vertel ons toch, hoe was dat ook al weer, toen ge landvoogd waart in Judea? Kwaamt ge daar niet in aanraking met een dweeper, die Jezus van Nazareth heette? Liet ge hem niet aan 't kruis slaan? En achteraf moeten zijn discipelen gezegd hebben, dat hij uit zijn graf opstond. Pilatus vertel ons".

Dan tuurt Pilatus nadenkend in zijn wijnglas, dat hij juist in de hand houdt. Dan wendt hij de blik naar buiten, alsof hij daar zal vinden wat hij zich niet herinneren kan.

Pilatus antwoordt afwezig, als in een droom: „Ja, dat kan wel zoo geweest zijn, maar... ik kan het mij niet goed meer herinneren".

Ja die dichter teekent Pilatus' levenshouding raak. Hij is vergeten — dat geval, hoe was het ook al weer, toen met dien Nazarener. Want echt gevochten om waarheid en recht had hij niet, toen Jezus voor hem stond. Want wie echt gestreden heeft om Christus te verstaan, vergeet die worsteling nooit meer. Ook al mislukte die poging eens. Het uur, waarop Christus onze levensweg kruist, gaat ons nooit, nooit meer uit de gedachte.

I

Sluiten