Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

door haar ziel zal gaan. Dan moet zij vluchten met het kind, in doodelijke angst, dat het haar ontnomen zal worden. En wanneer ze, in vrede en trots, met den twaalfjarige optrekt naar Jeruzalem, is Hij plotseling weg en moet zij Hem zoeken met angst. Dan volgt de kruisdraging, wanneer het geliefde kind, brekend onder den last, zich met eiken zwaren tred verder verwijdert van haar

verscheurd hart de kruisiging, waar zij geslagen staat

bij het einde van een verwachting, die niet sterven wilde, de kruisafname, waar de Zoon tot haar komt, gelegd wordt in haar schoot, levenloos, — de graflegging, wanneer Hij heengaat, nu onherroepelijk.

De Kerk noemt dit de Zeven Smarten van Maria. Ze zijn nog maar de buitenkant van haar leed. De Zoon, dien elke moeder verwacht, komt niet nader tot haar, maar gaat steeds verder van haar heen. Hij komt steeds, maar hij gaat ook telkens. Het leven, dat klopte in haar schoot, dat zij drukte aan haar hart, vlucht verder van haar weg met eiken ademtocht. Het harde: Vrouw, wat heb ik met u te doen? is voor de Moeder erger dan de schrik van den tempelgang. En die vreeselijke vraag: wanneer zij tot Hem komt om Hem te spreken: wie is mijn moeder? gevolgd door haar gelijkstelling met elke willekeurige vrouw uit de Hem omringende schare, is bitterder dan de kruisgang. Hij is haar eigen kind, haar leven. En toch is Hij haar vreemd en pijnlijk ver. Dat is het kruis van elk moederleven, dat de volkomen overgave van de verwachting: zie, de dienstmaagd, niet wordt aanvaard.

De Smarten van Maria zijn het zinnebeeld van de smarten der gemeente. Zij heeft haar Heer, haar Koning ontvangen met groote blijdschap. Zij juicht over Hem, die komt in den naam des Heeren. Haar leven schijnt enkel

Sluiten