Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

die bekeering predikt en de schare volgt Hem. Hij roept zich discipelen en zij verlaten alles met vreugde om Hem. Zoo trekken zij het land door, goeddoende, predikende, leerende, genezende. Men verwacht veel, alles van Hem. Hij zal het koninkrijk weder oprichten, Hij zal een koning zijn. De gouden eeuw zal terugkeeren, gerechtigheid zal heerschen en goede wil. De woorden van Jezus klinken hoog en wonderbaarlijk. Zijn handelingen worden niet altijd begrepen. Maar drie dingen zijn toch duidelijk: Hij eischt bekeering, Hij brengt erbarmen en mededoogen, Hij heeft macht. En in die drie dingen kan men zich uitnemend vinden. Wat de bekeering betreft, men weet immers, dat voor wat hoort wat, men krijgt de heerlijkheid niet voor niets. Het erbarmen doet weldadig aan in deze kille wereld. En de macht kan men gebruiken en heeft haar zeer noodig in den strijd tegen ziekte en dood, tegen onrecht en huichelarij. Er is geestdrift, liefde en eerbied bij de discipelen.

Maar dan wordt de atmosfeer om Jezus steeds minder doorzichtig. Het is alsof iets van de wolken en donkerheid, die, naar het oudtestamentische woord, den Heer der heerscharen omgeven, zich ook om Hem legert. Men meende uit Zijn mond Gods boodschap te verstaan. Maar zij klinkt steeds wonderspreukiger, steeds raadselachtiger. Hij, die kwam om te heerschen, schijnt het lijden te zoeken en te prediken. De bekeering, die een ieder toch meende achter zich te hebben, schijnt Hij als niet geschied te beschouwen. Zijn erbarmen raakt telkens hen, die het niet waard zijn. En zijn macht zoekt Hij in onmacht.

Zoo gaat het ook ons. Wij luisteren naar Jezus en meenen nu Gods openbaring wel te verstaan. Wij worden „ernstige" christenen en vinden de Bergrede „mooi". De Matthaus-passion hooren wij met ontroering en stichting.

Sluiten