Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Laat mij het vergelijken met een mailstoomer: over het bewogen water zoekt het gevaarte zijn weg. Het is een geweldig gebouw, maar tusschen zee en hemel toch maar weer klein. Er zijn er die op het schip thuishooren en er zijn er die alleen maar meereizen onder de vele honderden, die daar samen leven. Maar het land waar het heengaat ziet niemand; toch leeft een groot deel bij die geheimzinnige toekomst.

De geloovigen getuigen dat zij vreemdelingen zijn, dat zij op reis zijn, maar op Paschen getuigt de gemeente het met intense blijdschap. Ook al weten wij wel, dat de stem Gods, die over ons heenvaart, weerstanden ontmoet. Hoe kan het anders als het Woord Gods bij ons, menschen, komt? Maar het Woord Gods kan ons aan. En al weten wij, hoe sterk en hard onze begeerten zijn en onze driften, — er is toch in het Woord Gods een kracht der genade, die het alles te boven gaat. Zelfs als er oogenblikken komen, waarop onze ziel bijna zou zeggen: ,,ga weg, het is mij te wonderlijk!"; de Daad Gods gaat voort. En op Paschen getuigt de gemeente te samen van de overwinning, die er in ons erbarmelijk menschenleven behaald is.

De gemeente getuigt, dat is haar opdracht. Hij, die de opdracht geeft is Jezus, dat wil zeggen de Jezus van het kruis èn van de verheerlijking, van den Goeden Vrijdag èn van den Paaschzondag. De getuigenis houdt voor ons een taak in, die ons persoonlijk den eisch stelt „dragers" van het licht van Paschen te zijn en die ons tegenover de wereld om ons heen er toe brengt de menschen voor de keuze te stellen ten opzichte van Jezus, het Woord Gods, die vraagt: „wie gaat met Mij?" Als iemand ernstig zegt: „ik kan dat niet", dan is Jezus' antwoord: „heb goeden moed, — Ik heb de wereld overwonnen!"

Sluiten