Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de vraag in al haar scherpte: wat zou er zijn achter dat dichte gordijn? Is er een hemel?

Gij kent het verhaal van den schoolopziener, die een school bezocht en aan een der kinderen vroeg: „tot welk rijk behoort dit geldstuk?" antwoord: „tot het delfstoffenrijk", — en ,,tot welk rijk behoort deze bloem?" antwoord: ,,tot het plantenrijk", en eindelijk: ,,tot welk rijk behoor jij?" — en 't kind antwoordde ,,tot het hemelrijk!"

Wat het kind in al zijn eenvoud uitsprak, sluimert als een wondere herinnering in het hart van ieder mensch, en met geen mogelijkheid kan de mensch er zich los van maken.

Vandaar dat het hart geen vrede heeft, met de negatie van den hemel.

★ ★ ★

De wereld der tastbare en zichtbare dingen kan den mensch gedurende eenigen tijd boeien, tenslotte stelt zij iedereen teleur: er komen oogenblikken, waarin al wat we als „werkelijkheid" beschouwden ,,onwerkelijkheid"wordt. Zoodra de vergankelijkheid der dingen ons duidelijker voor oogen staat, grijpen wij naar de onvergankelijke, naar wat blijft. Teleurgesteld door wat den mensch omringt, zoekt hij, grijpt hij naar wat blijft.

Wij kunnen geen vrede hebben met het onvoltooide, onvolmaakte, wij willen ons leven „af" zien; wij kunnen ons niet indenken, dat het ons lot zou zijn om in onvoltooidheid onder te gaan.

★ ★ ★

Zou misschien die „onwerkelijkheid" van den hemel, de hoogste „werkelijkheid" zijn?

En zou misschien de hemelvaart van Jezus Christus, de

Sluiten