Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gevoelt zich ongelukkig, want het leven en al wat hij doet, laat hem onbevredigd.

Dit ervaren wij allen, want niets, van wat we doen of gedaan hebben, draagt 't stempel van gaafheid; nooit kunnen wij iets afmaken. Meer dan eens hebben wij gezegd: ik wilde, dat ik mijn leven nog eens over mocht maken, ik zou 't dan anders trachten te doen. Anders en beter. En 't wonderlijkste is, dat wij, hoewel we dit lot met alle menschen deelen, er toch niet in kunnen berusten. Wij raken er niet mee verzoend, dat het zoo is; het pijnigt ons altijd weer opnieuw. Er ligt in dit alles een aanklacht, die wij aanvaarden, wij gevoelen, bij ons is de tekortkoming. Haspels heeft gezegd: „Ons hart zegt, dat dit voorloopige het begin is van een uiteindelijk leven, en ons geweten waarschuwt ons in dezen onzen korten dag toch het eeuwige leven aan te grijpen en vast te houden. En onmiddellijk beamen wij den ernst van Chesterton's scherts: dat ons leven precies is als een groote roman, verschijnend in een tijdschrift; het eindigt met de belofte (of de bedreiging) wordt vervolgd. En wij gevoelen dat, wat de lachende philosoof hier tusschen haakjes zegt, verschrikkelijke werkelijkheid wordt, als we ditzelfde leven van mislukkende goede bedoelingen of van toevallig-gelukte grepen, wier succes ons zelfrespect zoo ondermijnt, al maar zouden moeten voortzetten. Neen, wij snakken naar hemel, naar harmonie van leven, waar de daad zal beantwoorden aan den wil, waar we in de vreugde der aanschouwing en der aanbidding zullen leven in de vrijheid der heerlijkheid der kinderen Gods."

Wij hebben dit wellicht voor ons zelf nooit zoo juist kunnen formuleeren, maar wij gevoelen dat 't zoo is.

Sluiten