Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dieper Christelijk levensgevoel ligt ook achter een woord van Paulus, dat ik als tekst dezer meditatie kies: Zijt dan navolgers Gods als geliefde kinderen. Ef. 5 : 1.

Dat lijkt op het eerste gezicht niet een woord van Paulus te zijn. Navolger van Christus, daar kan men over praten,

maar navolger Gods? Uit eerbied voor Paulus trekken

wij onze schouders niet op, maar ondertusschen denken

wij: dwaasheid.

In een gedachtegang van Paulus als in den Romeinenbrief, kunnen wij bij voldoende theologische scholing ons thuis voelen. Totale onmacht tot het goede, dat is van den mensch; grondelooze genade, dat is van God. Terecht zijn wij voor niets zoo bang, als voor het verdoezelen van fatale grenzen. Als een het ons geleerd heeft, wat de volstrekte eerbied voor God en Zijn Koninkrijk inhoudt, dan is het Paulus geweest. Ook zijn leerlingen, Augustinus, Luther, de opstellers onzer Reformatorische belijdenisgeschriften, zijn allen in dezelfde lijn gebleven. Er ligt een afgrond tusschen God en den mensch, tusschen den Schepper en het schepsel; den heiligen God en den zondaar; tusschen den Almachtigen God en den onmachtigen mensch. Wanneer een van de tragische realiteit dezer kloof bewust is geweest, dan was het Paulus. En toch een woord: ,,Zijt dan navolgers Gods"? Je vertrouwt je ooren niet! Is dat niet juist de parmantige toon van den mensch, die de kloof tusschen Schepper en schepsel ontkent? Is het niet juist datgene, wat de Reformatoren zoo bitter gehaat hebben: onderschatting van de genade Gods, overschatting van het menschelijk kunnen? „Navolgers Gods , is dat niet op de lijn van de leer der goede werken, van de vrije wil? Hoe kan Paulus nu zóó iets zeggen?

Paulus kan, ja, moet dit zeggen, omdat als zware

Sluiten