Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

terugkeert. Het zijn lijnen, die nooit parallel te buigen zijn, tenminste niet in een levend geloof, in een leven met Christus. Wij mogen het zelfs niet probeeren, want wij maken ongelukken.

Een theologie van zonde en genade zonder navolging van Christus is de geestelijke dood; een navolging van Christus, zonder bewustzijn van zonde tegenover den Heiligen God wordt een pharizeesche zelfverheerlijking. Zij hooren, hoe onbegrijpelijk ook, bij elkaar: „Ik kan mijzelf geen wasdom geven" en „Wij willen needrig Gode leven".

De moeilijkheid van het woord van Paulus begint eerst recht wanneer wij ophouden met redeneeren en een poging gaan wagen, om het in praktijk te brengen. Wat moeten wij nu gaan doen, willen wij God navolgen? Waarin kunnen wij God navolgen? W^ij kunnen erover praten. Wij herinneren ons, dat de Heilige Schrift spreekt van den mensch, oorspronkelijk naar Gods beeld en gelijkenis geschapen. Maar wat heeft men daar thans aan? Paulus spreekt niet van Adam en Eva in het paradijs als van navolgers Gods, maar hij schrijft het aan menschen zooals wij allen zijn, zondig, met 'n minimaal klein begrip van geloof.

Met een bespiegeling over het oorspronkelijke beeld Gods in den mensch komen wij hier niet terecht.

Weet gij, wie een grandiose poging gedaan heeft dit conflict voor de praktijk pasklaar te maken?

De R.K. Kerk. Wij moeten ons niet te sterk aan Jezus' woord vasthouden, want er dient geschipperd te worden. „De Bergrede geeft geen geboden", zegt deze Kerk, „zij brengt raadgevingen, consilia. Zij is voor enkele begenadigden gegeven; zij is voor de heiligen. Hen alleen kan men navolgers Gods noemen". Uit dit compromis tusschen

Sluiten