Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

AANHANGWAGEN MOTORRIJTUIGEN

bevoegdheid Een aanhangwagen mag alleen door een motorrijtuig worden voortbewogen, indien dit uit het voor het motorrijtuig geldend voertuigbewijs * blijkt. (Art. 17 Regl.)

aantal Door een motorrijtuig, met uitzondering van een stoom- of motorwals en een landbouwtractor e.d., mag slechts één aanhangwagen worden voortbewogen.

Door een samenstel van trekker met oplegger mag geen aanhangwagen worden voortbewogen. (Art. 12 lid 1 n Regl.).

Bij een deugdelijk remsysteem, goed sporen en een deugdelijk geheel der aanhangwagens mag een motorrijtuig twee aanhangwagens en een trekker met oplegger één aanhangwagen voortbewegen, mits het met de afgifte van voertuigbewijzen belaste gezag daarvan aanteekening heeft gehouden op het voertuigbewijs. (Art. 19 Besch.).

moet voorzien Een aanhangwagen moet voorzien zijn:

z'in a. aan de achterzijde van een kenteeken *, vermeldende lettergroep en nummer van het voertuigbewijs;

b. aan de achterzijde van een kenteeken gelijk de modellen 3, 4 en 5 der bijlage, voor breede en zware aanhangwagens;

c. van goed werkende draagveeren;

d. van een krachtig werkende rem (zie Remaanhangwagen).

andere eischen Andere eischen zijn o.a.:

a. in voldoenden staat van onderhoud verkeeren;

b. geen zwaardere wieldruk dan 3600 kg;

c. geen grootere overbouw dan 1/5 radstand + 2 m (zie voor uitzondering „Kampeerwagens");