Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

AANSPRAKELIJKHEID VOOR SCHADE

De bestuurder mag het slachtoffer nimmer opzettelijk in hulpeloozen toestand laten. (Art. 30 Wet.)

Aansprakelijkheid voor schade.

De eigenaar, c.q. houder van een motorrijtuig, ook indien hij doet of laat rijden, is ingeval van botsing, aanrijding of overrijding aansprakelijk voor de schade toegebracht aan personen en goederen, tenzij:

a. hij aannemelijk maakt, dat de botsing, aan- of overrijding is te wijten aan overmacht, daaronder begrepen schuld van iemand, voor wien de eigenaar of houder niet aansprakelijk is;

b. de schade is toegebracht aan in dat motorrijtuig vervoerde personen en goederen;

c. de schade is toegebracht aan losloopende dieren of aan een ander rijdend motorrijtuig of aan daarin vervoerde personen en goederen.

overmacht De overmacht, waarvan hier sprake is, wordt aangenomen, indien de eigenaar of houder kan aantoonen, dat hij en/of degeen voor wien hij aansprakelijk is (de bestuurder van het motorrijtuig) heeft gehandeld, zooals hij hoorde te handelen, en alle voorzichtigheid in acht heeft genomen, schadevordering De benadeelde kan ingevolge de Wegenverkeerswet alleen schade vorderen binnen één jaar na het ongeval. Bij schade aan goederen is in het algemeen het bedrag der schadevergoeding niet hooger, dan de waarde van het aanrijdende motorrijtuig op het oogenblik van de aanrijding. Geacht wordt, dat het in ieder geval een minimum waarde heeft van 500 gulden.

In alle gevallen blijft de uit het gemeene recht