Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

GARAGELICHT — GELUIDSIGNAAL

Garagelicht.

Een auto mag aan de achterzijde een achterwaarts wit licht uitstralende lantaarn voeren, mits de schakeling zoo is, dat de lantaarn alleen kan branden, wanneer de versnelling voor achteruitrijden is ingeschakeld.

Zie Vcrlichtingstabel nrs. 34, 37, 38 en 39.

Geluidsignaal Motorrijtuig.

hoom Een motorrijtuig moet voorzien zijn van min¬

stens één ééntonigcn hoorn.

uitzondering Ziekenauto's mogen voorzien zijn van een drietonigen hoorn.

Brandweerauto's en uitrukauto's der politie van een sirene. (Art. 12 lid 2c Regl.)

verplicht signaal

Wanneer de veiligheid op den weg het beslist vordert:

I. moet de bestuurder geven:

a. bij dag * een geluidsignaal met den hoorn;

b. bij nacht * tot 22 uur:

óf een geluidsignaal,

óf een knippersignaal (bestaande uit het éénmaal of meermalen knipperen met de koplichten of b.v. met het bermlicht);

c. bij nacht * na 22 uur:

een knippersignaal;

toegelaten signaal ^^• liicig de bestuurder geven:

a. bij dag en bij nacht tot 22 uur:

buiten de bebouwde kom een geluidsignaal met de klaxon of mechanische fluit i.p.v. den hoorn;

b. bij nacht na 22 uur:

slechts bij hoogste noodzaak een signaal met