Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

RUPSBANDEN

tijdig met den seinarm aan de zijde, welke zal worden ingeslagen.

Het tweede stel richtingaanwijzers, de pijlen en de knipperlichten moeten voor het achteropkomende verkeer duidelijk zichtbaar zijn.

Bij het gebruik van een enkel stel richtingaanwijzers moet dit zoowel voor het tegemoetkomende als het achteropkomende verkeer duidelijk zichtbaar zijn.

Maakt een motorrijder (met of zonder zijspan motorrijwielen rijdende) gebruik van richtingaanwijzers, dan moeten deze bestaan uit vaste pijlen, aangebracht zoowel aan de voor- als aan de achterzijde.

De richting aangevende pijl moet over zijn geheele lengte oranje of rood verlicht zijn.

De pijlen moeten voor het tegemoetkomende en het achteropkomende verkeer duidelijk zichtbaar zijn. (Art. 11 Besch.).

Rupsbanden.

Als wieldruk* wordt t.a.v. elk der rupsbanden wieidruk aangemerkt 1/3 van den druk, door de rupsband op het rijvlak uitgeoefend, wanneer het voertuig in rust is.

Als asdruk*, de druk, welke door het paar rups- asdruk banden tezamen op het rijvlak wordt uitgeoefend,

wanneer het voertuig in rust is. (Art. 1 lid 1 o en p Reg1-)'

Een rupsband wordt gelijkgesteld met 3 wielen.

(Art. 1 lid 5 Regl.).

Op rupsbanden mogen zijn uitgerust landbouw- gebruik krachtwerktuigen en andere motorrijtuigen, bestemd om buiten de wegen te worden gebruikt,

mits die banden van rubber of glad metaal zijn en het totaal gewicht van het motorrijtuig met