Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

RIJVAARDIGHEIDSBEWIJS

9. de juiste gedragingen bij inhalen, voorbijgaan en ingehaald worden;

10. juiste toepassing van verkeersteekens en signalen, het hiermede rekening houden en geen overbodige of verboden signalen geven;

11. het inachtnemen van de verkeersteekens der politie en van de aanwijzingen d.m.v. verkeersborden en seinen gegeven;

12. tijdig, juist en veilig snelheid verminderen of stoppen;

13. foutloos op een helling stilstaan en weer optrekken;

14. behoorlijk recht en in aangegeven bochten achteruitrijden (auto's);

15. behoorlijk rijden van aangegeven opeenvolgende linker- en rechterbochten (motorrijwielen);

16. op aangegeven plaats auto neerzetten (parkeeren in file);

17. achterwaarts in een (denkbeeldige) garage plaatsen;

18. vlot en foutloos met auto keeren op niet te breeden weg;

19. voortdurend letten op het overige verkeer.

Het practisch gedeelte volgt na het theoretisch gedeelte ook al is dit onvoldoende. De proefrit wordt gestaakt bij ver keer sgevaarlijk rijden.

heronderzoek Is een van de beide gedeelten onvoldoende dan kan binnen één maand het onderzoek tot dat deel beperkt blijven.

Bij voldoen aan de eischen wordt het rijvaardig' heidsbewijs afgegeven. (Artt. 71 t/m 75 Besch.) deskundige Op uitdrukkelijk verlangen kan het onderzoek naar de rijvaardigheid verricht worden door een