Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

SNELHEIDSBEPERKING

lemmerd en de veiligheid op den weg niet in gevaar kan worden gebracht en dat hij in ieder geval binnen dien afstand kan stoppen. (Art. 30 Regl.)

Elke voertuigbestuurder moet de snelheid verminderen, dan wel stoppen, telkens wanneer de veiligheid op den weg zulks vordert. (Art. 31 Regl.)

De algemeene maximum snelheid voor motor- maximum sneirijtuigen op wegen binnen de bebouwde kommen heid bedraagt 45 km per uur, aangeduid door bord no. 18 der bijlage.

Deze maximum snelheid geldt niet t.a.v. wegen, uitzondering welke zijn aangeduid door bord nr. 72 der bijlage. (Art. 32 Regl.)

In de volgende gevallen zijn of kunnen bijzon- bijzondere snelderc snelheids-beperkingen getroffen worden, heidsbeper-

kingen

le. T.a.v. binnen een bebouwde kom gelegen drukke wegen wegen, waarop in het algemeen een zeer groote drukte heerscht, kan een maximum snelheid worden bepaald van 15 km per uur. De aanduiding geschiedt door borden nr. 18 der bijlage met vermelding 15 km. (Art. 7 Wet.)

2e. T.a.v. bruggen en viaducten kan een maxi- bruggen en mum snelheid bepaald worden van niet lager viaducten dan 6 km per uur voor voertuigen met een hoogeren asdruk dan 2400 kg. De aanduiding geschiedt door bord nr. 20 der bijlage. (Art.

6 Regl.)

3e. De maximum snelheid voor A-wegen * be- A-wegen draagt voor:

a. autobussen boven 2400 kg

wieldruk ....... 60 km per uur;

b. vrachtauto's boven 2400 kg

wieldruk . 45 „ „ „ ;