Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

UITZICHT — VEEAUTO'S

Uitzicht.

De bestuurder van eenig voertuig moet van zijn zitplaats voldoende uitzicht naar voren en naar de zijkanten hebben, terwijl hij als bestuurder van een motorrijtuig of van een wagen middels een spiegel* het links achterliggende weggedeelte behoorlijk moet kunnen overzien. (Artt. 12 lid 2g en 14 lid lh Regl.)

Vaartuigtrekkers.

Op het rijden met motorrijtuigen of het geleiden (besturen) van trekdieren, waarmede vaartuigen worden voortbewogen, zijn de bepalingen omtrent het rechts houden, en het inhalen en het uitwijken niet van toepassing, indien van overheidswege daartoe ontheffing is verleend. (Art. 19 lid 7 Regl.) kenteeken In dat geval moet bij links houden het motorrijtuig aan de voorzijde midden bovenaan zijn voorzien:

a. bij dag van een blauwe schijf met witten rand (diameter schijf 30 cm);

b. bij nacht van een lantaarn, die voorwaarts een helder blauw, niet verblindend, licht uitstraalt.

In geval b moet het motorrijtuig aan de voorzijde de gewone verlichting blijven voeren en aan de achterzijde in plaats van het (de) roode achterlichten), voorzien zijn van een lantaarn, die ten dienste van het achteropkomende verkeer een wit, niet verblindend, licht uitstraalt. (Art. 21 Besch.)

Veeauto's.

In auto's en aanhangwagens mogen alleen herkauwende dieren, eenhoevige dieren of varkens