Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

VEE GELEIDEN — VERBLINDENDE VERLICHTING

vervoerd worden, indien dit in het voertuigbewijs * staat vermeld. (Art. 12 lid lk en 17 lid5c Regl.)

Vee geleiden.

Geleiders van vee moeten bij nacht * een lantaarn bij zich hebben, welke naar alle zijden een helder wit licht uitstraalt. (Art. 15 Regl.)

Verblindende verlichting.

Verblindende verlichting mag nimmer gevoerd worden door aanhangwagens, rijwielen en wagens.

Motorrijtuigen mogen geen verblindende ver- motorrijtuigen lichting voeren:

a. binnen de bebouwde kom ter plaatse, waar de weg door kunstlicht verlicht is;

b. op een weg, welke door een verlicht bord met het opschrift stadslichten is aangeduid;

c. bij stilstand;

d. op het moment, dat een tegenligger zich binnen de gerichte stralenbundels der lantaarns bevindt. (Verlichtingstabel nrs. 36 en 37)

Als verblindende verlichting voor motorrijtuigen wordt aangemerkt verlichting door:

le. koplichten *, bermlichten * e.d., waarmede de weg afwisselend over een grooteren en kleineren afstand kan worden verlicht, zoolang die lichtbundel wordt uitgestraald, welke den weg het verst verlicht;

2e. koplichten, bermlichten e.d., waarvan de gerichte stralenbundel op 10 m afstand niet minstens 10 cm lager boven het wegdek reikt dan de afstand van het middenpunt der lantaarn tot het wegdek. Dit wordt gemeten, door den stralenbundel te projecteeren op een grijze schijf (door- Fig. 30

6