Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

VERLICHTING MOTORTWEEWIELERS

3e. bij stilstand;

4e. bij het tegenkomen van ander rijverkeer;

5e. door middel van achterlichten, lengtelichten, zijlichten, parkeerlichten en garagelicht;

b. verwarring stichtende verlichting*:

le. door middel van lantaarns welke, voorzoover het tegendeel niet is voorgeschreven of toegestaan, naar haar zijkanten ander dan geel of wit licht en achterwaarts (achter het voertuig zichtbaar) licht uitstralen;

2e. door meer lichten te voeren dan is voorgeschreven of toegestaan;

IV. behoeft geen verlichting te voeren: geen verlichting

a. bij parkeeren in de bebouwde kom binnen 30 m van een brandende straatlantaarn;

b. bij parkeeren op door bord nr 75 der bijlage aangeduide parkeerterreinen binnen de bebouwde kom;

c. indien gebezigd bij militaire oefeningen,

voorzoover afwijking is gelast.

Zie „Verlichtingstabel" kolom II en „Verblindende verlichting".

Verlichting motortweewielers.

Een motortweewieler:

I. moet bij nacht* de volgende lichten voeren: voorgeschreven

a. één koplicht*; verlichting

b. één achterlicht*;

II. mag de volgende lichten voeren:

a. één stadslicht*; toegestane ver.

b. berm-,* richt-, mist- en dergelijke lichten; lichting