Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

VOETPADEN — VOORRANG

tijdige waarschuwing van den wielrijder terstond verlaten worden. (Art. 53 Regl.)

Het oversteken van den rijweg moet zooveel oversteken mogelijk haaks en zonder onderbreking geschieden.

Is er in de nabijheid een kennelijk als zoodanig aangeduide oversteekplaats voor voetgangers, dan moet de voetganger, tenzij noodzaak aanwezig,

daarvan gebruik maken. (Art. 56 lid 2 en 3 Regl.)

Wegen welke voor voetgangers verboden zijn, verboden wegen zijn aangeduid door bord nr. 33 of 36 der bijlage.

(Art. 5 lid li Regl.)

Noch het gebruik van voetpaden noch de over- marschcoionnes steekregeling is van toepassing op marschcoionnes. (Art. 56 lid 4 Regl.)

Voetpaden.

Onder voetpaden worden verstaan: alle wegen omschrijving of weggedeelten, geen voor het openbaar rijverkeer openstaande wegen of weggedeelten zijnde. (Art. 1 lid lh Regl.)

Een voetpad mag niet met eenig voertuig worden rijverbod bereden. Evenmin mogen daarover rij- of trekdieren of vee worden bestuurd of geleid.

Wel mag daarover gereden worden met een uit2ondering invalidewagentje (geen motorrijtuig zijnde) en voorzoover daarvoor door het bevoegde gezag ontheffing is verleend, met gewone rijwielen. (Art.

55 en 64 lid 5 Regl.)

Een voetganger moet van het voetpad gebruik voetganger, maken, als hem het gebruik daarvan niet door andere voetgangers of anderszins wordt belemmerd. (Art. 56 Regl.)

Voorrang.

Bij nadering van een kruising of vereeniging van kruisingen