Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

VERLICHTINGSTABEL.

" Kolom II. Kolom III. Kolom IV. Kolom V. Kolom VI. Kolom VII.

g Bakfietsen en rijwielen

,2 Motorrijtuigen op meer dan twee wielen. Motor- Aanhangwagens. Rijwielen. «iet zij- of achterspan- Wagens,

o tweewielers. wagen.

22. Moeten terzijde helder wit licht uit- 22. Als in kolom II.

stralen in een sector van niet minder dan

60° doch niet meer dan 90°, waarvan één zijde recht vooruit en de andere bui^ tenwaarts is gericht.

W —

23. Aangebracht: aan weerszijden vóór aan 23. Aangebracht U het motorrijtuig, en bij trekker met op- aan weerszijden 2 legger aan weerszijden vóór aan den vóór aan den

oplegger of bij niet goede zichtbaarheid, aanhangwagen.

N vóór aan den trekker.

Een en ander minstens 175 cm en hoogstens 225 cm boven het wegdek en niet meer dan 15 cm binnenwaarts van den uitersten zijkant van het voertuig.

24. Eén of twee; niet verplicht en slechts ge- 24. Als in kolom II. 24. Als in kolom II. 24. Als in kolom II. oorloofd, wanneer het voertuig rechts

8 op den weg stilstaat.

? ____

g 25. Wordt één parkeerlicht gevoerd, dan 25. Als in kolom II, 25. Als in kolom II. 25. Als in kolom II.

^ moet dit, duidelijk zichtbaar voor het

o tegemoetkomend verkeer, in de richting

w . van de voorzijde van het voertuig helder

C § wit licht, en duidelijk zichtbaar voor het

Jj o achteropkomend verkeer, in de richting

W p! van de achterzijde van het voertuig hel-

& @ der rood licht uitstralen.

g g Worden twee parkeerlichten gevoerd,

o w dan moet het voorste, duidelijk zicht-

^ § baar voor het tegemoetkomend verkeer,

§ 5 in de richting van de voorzijde van het

Pij voertuig helder wit licht uitstralen, en

K ri het achterste, duidelijk zichtbaar voor het

O £ achteropkomend verkeer, in de richting

j van de achterzijde van het voertuig hel-

K der rood licht uitstralen.

W

26. Aan te brengen aan de linkerzijde van 26. Als in kolom II. 26. Als in kolom II. 26. Als in kolom II.

<; het voertuig, niet hooger dan 1.75 m

ft boven het wegdek.