Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

VERLICHTING STABEL

Kolom II. Kolom III. Kolom IV. Kolom V. Kolom VI. Kolom VII.

g Bakfietsen en rijwielen

.2 Motorrijtuigen op meer dan twee wielen. tweewielërs Aanhangwagens. Rijwielen. met zij- of achterspan- Wagens.

' wagen.

37. De verlichting door middel van de ach- 37. De verlich- 37. Geen van de 37. Als in kolom IV. 37. Als in kolom IV. 37. Als in kolom IV. "O terlichten, het lengtelicht, de zijlichten, ting door lichten mag veraf \n de parkeerlichten, het garagelicht en het middel van blindend zijn.

"§ -g kenteeken voor autobussen mag niet ver- het achter-

3 blindend zijn. licht mag

£ « niet verblin-

> dend zijn.

u 38. De lantaarns van voertuigen mogen, 38. Als in kolom 38. Als in kolom II. 38. Als in kolom II. 38. Als in kolom II. 38. Als in kolom II.

•o voor zoover het tegendeel niet bij of II.

§ krachtens de Wegenverkeerswet is voor-

£ m geschreven of toegestaan, naar haar zij-

-ö -S kanten geen ander dan geel of wit licht

w £ en naar haar achterzijde geen, achter het

ca voertuig zichtbaar, licht uitstralen.

| > 39. Voertuigen mogen niet meer lichten voe- 39, Als in kolom 39. Als in kolom II. 39. Als in kolom II. 39. Als in kolom II. 39. Als in kolom II.

t ren dan bij of krachtens de Wegen- ' jj,

jSJ verkeerswet is voorgeschreven of toegestaan.

x) Zie „Verblindende Verlichting" blz. 81—83