Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

minachting voor het milieu waarin hij haar ontmoet had.

Zonder ophouden hield hij zich voor, dat het belachelijk, dat het bespottelijk was; dat hij zich van die obsessie diende te bevrijden. Maar toen de avond viel, de kinderen te bed gebracht waren, en hij alleen in de kamer bleef met zijn boeken en kranten, verveelde hij zich. Eensklaps, onverwachts, maakte een gevoel van weemoed, dat hem aanvankelijk niet onaangenaam aandeed, zich van hem meester. Eerst schreef hij het toe aan den invloed van het jaargetijde, dan aan de champagne van den vorigen avond, en meteen rees het beeld van het blonde meisje weer duidelijk voor hem op. Hij wierp zijn krant op tafel, stond op, greep zijn hoed, verliet zonder iemand te waarschuwen het huis, en begaf zich op weg naar Montmartre.

Zelfs op dat oogenblik was het nog geen verleiding wat hem trok. Instinctmatig — automatisch als een slaapwandelaar — trachtte hij slechts zijn zwaarmoedigheid van zich af te zetten. Hij voelde zich melancholiek zonder te weten waarom. Hij had een vaag voorgevoel van een ernstig gevaar, dat hem bedreigde.

Zijn stemming was zóó vreemd, zóó week, dat hij zonder de minste inspanning de tranen te voorschijn zou hebben kunnen roepen. Hij trachtte zich ervan te overtuigen, dat hij geestelijk oververmoeid was, en dat hij zich daarom verveelde, óf omdat de avond zacht en zoel was als een Meinacht, óf omdat zijn vrouw, de getrouwe gezellin van al zijn vrije avonden, afwezig

Sluiten