Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

over den schouder van haar partner heen, hem even glimlachend toeknikte, en het hoofd schudde met iets van vriendelijk verwijt, als wilde zij hem te kennen geven, dat hij haar al te zeer had verwend met zijn geschenken. Meteen verdwenen zijn haat en zijn naijver als sneeuw voor de zon. Hij vroeg zich af wie van beiden het gelukkigst was : degeen dien zij bedroog — door over zijn schouder heen een blik van verstandhouding te wisselen met hèm, — of hijzelf. . . . „Later," — dacht hij — „zal ze juist zoo met mij handelen: achter mijn rug om tegen een ander lachen. Dan verkeer ik in dezelfde omstandigheid als haar vriend van dezen avond. Vandaag is hij 't die bij den neus genomen wordt, en ben ik in de gunst. Wie van beiden is het beste af?". . . . Met zekere voldoening zag hij de juistheid in van het oude gezegde, dat hoop en verwachting van hooger waarde zijn dan het bereikte doel. „En daarom," — voegde hij er in gedachten aan toe — „moet ik niet te hard van stapel loopen. Wat blijft er me nog te wenschen over, als ik een nacht met haar heb doorgebracht?" .... Doch eensklaps dacht hij eraan, dat hij de vijftig voorbij was, en dat hij aan den vooravond stond van den ouderdom. Tien jaar, vijftien jaar, het telt bijna niet mee; hoe kort nog maar was het geleden dat hij veertig was ! . . . .

Bij de gedachte een nacht met Janine door te brengen, doorgloeide hem een hevige begeerte en een innige teederheid tevens. Hij durfde amper er aan denken, zooals

Sluiten