Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Hij wilde zich toch zeker niet verbeelden, dat zij méér in hem zag dan een portefeuille met duiten, één van de velen die haar geld verschaften, en die voor haar

allen precies gelijk waren? Hij zag haar in een

kamer met dien vriend van vanavond, dezelfde kamer waar zij hèm had willen brengen. De gedachte deed hem lichamelijk pijn, of men hem met een mes door zijn ingewanden stak. En opnieuw keerden zijn gedachten terug tot zijn eerste overweging. „Ik vraag niet van haar dat ze van me houdt," riep hij bijna hardop uit in de stille straat. „Ik vraag niet van haar, dat ze me liefheeft! Ik heb haar lief.... en daar sta ik machteloos tegenover. En omdat ik Janine liefheb, is ze mijn liefde waard .... Idioot, krankzinnig, bezopen ? Best! Dat is mijn zaak, en als ik het aanvaard, is er niets minderwaardigs in ... . Het Rijk der Hemelen is voor de nederigen van harte. Welnu, dan wil ik nederig zijn; ik wil mezelf wegcijferen, niets verwachten, nergens

aanspraak op maken, en liefde geven, geven, geven!

* *

*

Heel den volgenden dag verrichtte hij machinaal zijn werk. Elk oogenblik vroeg hij zich af: „Wat doet zij nu? Welke uitdrukking is er op haar gezicht? Welke klank ligt er in haar stem?" .... En telkens voelde hij dat mes weer in zijn ingewanden kerven.

Hij was, als naar gewoonte, om zeven uur opgestaan.

Sluiten