Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Tegen achten dien avond stond hij met zijn beide dochtertjes en de kinderjuffrouw op het perron. De kinderen waren zenuwachtig, en trappelden van blijdschap en opwinding. Zij stonden naast hun vader, die beiden aan een hand vasthield, te springen, en schreeuwden, om zich in het daverend lawaai van het station verstaanbaar te maken.

— Zie je de lichten van de locomotief wel, heel, heel in de verte? riep Brigitte, de oudste, die elf jaar was, met haar scherpe stemmetje. Zizitte, negen jaar, was niet op haar gemak, en schreeuwde haar oudere zuster in het oor :

— Moet ik hem een zoen geven?

Zij voelde zich reeds een klein dametje, dat lang niet iederen meneer een zoen geeft.

— Papa! riep Brigitte, terwijl zij met een uitdrukking van innigen spot op het gezichtje haar neusje omhoog stak, zij vraagt of ze hem een zoen moet geven!

En zij barstte in lachen uit.

Maar tot haar verbazing zag zij, dat haar vader niet lachte. De vader stelde zichzelf in vollen ernst een absurde vraag : „Moet ik mijn vrouw een zoen geven?" Natuurlijk ! hij moest doen als altijd, al was het slechts voor de kinderen.

Sedert hij Janine ontmoet had, had hij niet meer aan zijn vrouw gedacht. Op dit oogenblik rees heel het doornige probleem voor hem op. Zou hij, die den leugen verafschuwde, komedie moeten spelen? Zou hij voortaan

Sluiten