Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

tot het hem welhaast ondragelijk werd. Hij was ervan overtuigd, dat Janine hem in haar bed zou opwachten; maar, hoewel elke vezel van zijn wezen om haar riep, duchtte hij min of meer het oogenblik der hoogste vervoering. „Daarna," zei hij bij zichzelf, „zou ik kunnen sterven. Dan zal al mijn verlangen gestild zijn. Het zou verrukkelijk zijn, als ik in haar armen mocht sterven. . . ." Hij zou het voortschrijden van den tijd hebben willen tegenhouden, want met ieder uur voelde hij zijn liefde groeien, en hij was bang voor deze ontwikkeling. Waar zou dat eindigen? Hij vond het goed, zooals hun verhouding nu was .... Den tijd stilzetten, insluimeren, en slechts droomen dezen droom! ....

Hij vroeg zich af, of hij geen uitvlucht diende te zoeken om nu nog niet naar haar kamer te gaan. Maar hij kon het niet over zich verkrijgen, de verleiding was te sterk.

Toen de taxi voor het bescheiden „maison meublée" in de rue Duperré stilhield, benam de ontroering hem schier den adem, en de aderen van zijn slapen bonsden of ze springen zouden. Hij was genoodzaakt in de vestibule een oogenblik te blijven staan, en zich aan de leuning vast te houden, alvorens de trap naar de tweede verdieping te beklimmen. Na het schelle licht buiten kon hij in het trappenhuis bijna geen hand voor oogen zien. Hij zocht naar den schakelaar en schramde daarbij zijn hand aan den muur. De brandende pijn deed hem goed. Het leek hem of het wondje de eerste herinnering was, welke hij van „haar" huis mocht met zich dragen.

Sluiten