Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Eindelijk bereikte hij de deur. Bij het licht van een lucifer kon hij het nummer onderscheiden: No. 8. Er was geen bel. Hij keek op zijn horloge — tien minuten over vijf ■>—, aarzelde nog een seconde, en klopte.

De deur ging open, en Janine, gekleed in een kanten bloesje en een getailleerden rok, begroette hem glimlachend. Zijn teleurstelling was welhaast een opluchting.

In de kamer, op een groot bed, dat slordig opgemaakt was, slingerden een mantel, een hoed, en een paar handschoenen. Murie bleek eveneens aanwezig te zijn; zij stond voor het eenige venster dat de kamer rijk was, met den rug naar hen toegekeerd, naast een tafeltje waarop, temidden van een onbeschrijfelijke wanorde, een gramofoon troonde.

Bakowski had met een enkelen blik de geheele kamer overzien. „Zij is waarschijnlijk juist thuisgekomen," dacht hij. „Misschien is ze uitgegaan om gebak voor de thee te halen, zooals we hadden afgesproken. Of komt ze misschien juist in vliegende haast van een ander rendez-vous terug?" .... Maar afgunst kende hij nog niet; het was hem voldoende, dat hij in de intimiteit van Janine was toegelaten. Voor vandaag vroeg hij niet méér.

Het gebak ontbrak volkomen, en zelfs de thee. Niemand repte erover. De bloemen, die hij in het begin van den middag had laten bezorgen, stonden in een karaf water te kwijnen. Janine had zich niet opgemaakt. Zij bood hem haar mond voor een kus. Bakowski nam

Sluiten