Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Het hotel bevond zich op een afstand van amper tweehonderd meter. Zij keerden te voet erheen terug. In de slapende, stille straat klonken hun voetstappen rhythmisch en in harmonieuse cadans. De zuivere, koele lucht streelde hun gelaat, en gaf hun dien zwakken zilten smaak op de lippen, welke de nabijheid van de zee verraadt. Het maanlicht overgoot de huizen aan den eenen kant van de straat met een zacht, koel licht.

Zij liepen zwijgend voort, doch toen zij den ingang van het hotel bereikt hadden, zei Janine :

— Ik zou graag nog even de zee willen zien.

— Je kunt de zee zien vanaf het balcon van je kamer.

Op hetzelfde oogenblik had hij er spijt van, haar te

hebben tegengesproken, en voerde haar reeds mee naar den strandboulevard.

Daar, tegenover de donkere oneindigheid, en terwijl de adem der zee zijn zenuwen kalmeerde, onderging hij opnieuw de heerlijke illusie, dat zij twee jeugdige geliefden waren, en dat er voor hen niets anders op de wereld bestond dan hun liefde. Een welhaast hemelsche verrukking daalde over hem neer. Langzaam maakte hij zijn arm uit den hare los, legde dien om het middel van zijn vriendin en trok haar vaster tegen zich aan. Een gebaar, zoo oud als de menschheid : het mannetje dat beschermend bezit neemt van het vrouwtje .... En zoo, den arm om haar middel, voerde hij haar naar het hotel terug.

Janine voelde zich eensklaps moe. Zij meende zelfs

Sluiten