Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Hij wist, dat Janine een behoorlijke opvoeding genoten had. Kind van een betrekkelijk welgestelde burgerfamilie uit Finistere, was zij op een goede school geweest, en aangezien zij van nature intelligent was, moest zij haar onderwijzers voldoening gegeven hebben. Zij beschikte over eenige kennis van de grondbeginselen der schilderkunst. Maar, op een afstand van 400 kilometer van de hoofdstad, had zij van de werken der groote meesters slechts de min of meer grove reproducties gezien in haar schoolboeken. Nauwelijks had zij het pensionaat verlaten of zij had zich in de „liefde" gestort, en te Parijs was haar leven verdeeld tusschen het hotel, de nachtkroegen van Montmartre en Montparnasse, de bioscoop en den schouwburg, met van tijd tot tijd, ter afwisseling, een maaltijd in een chic restaurant, of een uitstapje per auto. Van „Parijs-overdag" kende zij slechts de parken en de boulevards, het Bois de Boulogne en de Champs Elysees, de groote magazijnen en de omgeving der renbanen. En voor de rest nam zij, wanneer zij uitging, een taxi of de métro; amper kende zij de voornaamste slagaders van het drukke verkeer bij naam. Zij ging zelden alleen uit, en nog nimmer had één van haar vrienden zooveel belang in haar gesteld, dat hij op het onzinnige idee was gekomen haar mee te nemen naar het Louvre of het Museum Cluny.

Voor het prachtige reliekschrijn van het St. Jans Gasthuis te Brugge stond zij in sprakelooze bewondering. Zij had een verfijnden smaak, en met een soort van

Sluiten