Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ondanks trof hem de manier waarop zij de werken van Memling bewonderde. Zij bleek in staat kleine details van bizondere schoonheid op te merken, welke hemzelf ontgingen. En wat hem nog veel méér vreugde schonk : hij was er nu zéker van, dat zij in vollen ernst gesproken had, toen zij hem haar verlangen om naar Brugge te gaan kenbaar had gemaakt.

* *

*

Slechts noode verlieten zij het kleine museum van het St. Jans Gasthuis, toen de bel rinkelde in de gang en een bewaker kwam zeggen, dat men ging sluiten. Meer dan een uur slenterden zij in de stad rond, die zoo rustig haar eeuwen-langen sluimer slaapt temidden van indrukwekkende, verheven monumenten. Zij bezochten het Begijnhof, waar, binnen de ommuring, het grasveld zijn glanzend kleed spreidt, doorspikkeld met madeliefjes, als de mystieke weide van „Het Lam Gods" waarop Jan van Eyck zijn serafijnen-tapijt spreidde. Rondom het grasveld wierpen de boomen hun koele schaduw over het pad, waar in het gebladerte honderden vogels kwetterden. En van tijd tot tijd verscheen, in het halflicht onder de zilverglanzende bladeren, de kap van een begijntje.

Bakowski bracht zijn vriendin naar het huis van de „groote dame", waar zij een kantwerkster, die bij het venster zat, gadesloegen. Hij kocht voor Janine het fijne boekje van Rodenbach : „Bruges la Murte". Hij vertelde haar de legende van het Heilig Bloed, dat, besloten in

De Ziekte die Liefde heet. c

Sluiten