Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De nacht die volgde op den dag van „Morgen", dien hij den vorigen avond met zooveel verlangen had tegemoet gezien, ontwikkelde zich geheel anders dan hij gedacht had. Hij zat op den rand van het bed in haar kamer, waar slechts de maan een bleeken lichtglans naar binnen wierp; en daar bracht Bakowski aan zijn vriendin zijn groote offer.

— Mijn lieveling, begon hij, zacht sprekend als in een biechtstoel. Ik heb me voorgenomen je nooit meer te vragen je aan mij te geven, dan wanneer jij er evenzeer naar zoudt verlangen als ik ... . Versta me goed, ik heb allerminst de pretentie te gelooven, dat die dag ooit zal aanbreken. Ik heb slechts één pretentie, en dat is: een gunst te mogen weigeren, een gunst, die je me misschien zoudt toestaan, maar die voor jou geen vreugde zou inhouden. Ik heb je te lief om mezelf te kunnen verbeelden, dat ik door middel van een beetje geld en een beetje vriendelijkheid eenige rechten op je zou hebben. De ware liefde kent rechten noch gunsten. Het eenige recht, dat ik van je vraag is, mij toe te staan te doen wat in mijn vermogen ligt om je gelukkig te maken; aan je jeugd enkele prettige, en zoo mogelijk schoone herinneringen te schenken; en in je leven het stempel te drukken van een man die je wérkelijk heeft liefgehad. De eenige gunst, die ik van je vraag is : aan mij te willen denken den dag, die naar ik hoop nog ver verwijderd is, wanneer je genoeg zult hebben van de onstandvastigheid en de zelfzucht der mannen; en je

Sluiten