Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

alle moeilijkheden zou hebben weten te overwinnen; maar tegenover het nuchtere feit dat hij vijf-en-twintig jaar ouder was dan Janine, moest hij zijn volslagen machteloosheid erkennen. Twintig jaar jonger, zou hij Janine hebben durven trouwen, zoo zij gewild had — zelfs al zou zij hem niet hebben liefgehad. Doch op zijn leeftijd begreep hij maar al te goed, dat hij niet in staat zou zijn haar gelukkig te maken. Zijn liefde stiet tegen een blinden muur; er was geen uitweg.

Hij geloofde in de macht van den wil. Hij was ervan overtuigd, dat men door wilsconcentratie bepaalde gebeurtenissen in het leven kan roepen. Vooral in dien toestand van halve bewusteloosheid welke aan den slaap voorafgaat of erop volgt, is de scheppende kracht van de begeerte ongewoon sterk. Maar.... hij wist zelf niet recht wat hij moest begeeren. Verlangen, dat Janine hem lief zou hebben, durfde hij niet, want hij geloofde niet, dat het tot haar geluk zou bijdragen. Evenmin durfde hij wenschen, dat zijn liefde voor haar zou afsterven. Doch tenslotte kon het evenmin op deze wij ze voortduren. En daarom was zijn laatste gedachte eer hij's avonds insliep, en zijn eerste gebaar na het ontwaken een aanroepen van het „Noodlot", en zonder zich er rekenschap van te geven' van welken kant hulp zou kunnen komen, bad en smeekte hij : „O! oppermachtig Noodlot, help mij !".... Luide herhaalde hij die kabalistische formule, al de kracht erin leggend waartoe zijn ziel in staat was. ± * ±

Sluiten