Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Opgewonden klapte zij in haar handen, en sloeg dan spontaan haar armen om zijn hals, niet wetend hoe haar blijdschap en dankbaarheid te uiten. Zij zette zich aan den vleugel en speelde nerveus enkele maten van een in de mode zijnde wals, dan liep zij weer naar de boekenkast met de werken van haar meest geliefkoosde schrijvers. Opgewonden riep zij uit, dat ze nu nóóit meer uit zou gaan. Den meesten indruk maakte echter de keuken. Zij verklaarde, dat ze daar wilde dineeren : tusschen het witte email fornuis en haar kleine electrische ijskast.

De dokter sloeg haar nauwlettend gade, en bij zichzelf dacht hij : „Wat is ze toch feitelijk nog een kind ! Een kind en anders niet!"

En inderdaad gedroeg zij zich als een kind voor haar poppenhuisje.

— Ik weet werkelijk niet hoe ik je zeggen moet hoe blij en hoe dankbaar ik ben ! riep zij uit.

— Je moet me niet bedanken, Janine ! antwoordde hij. Je bent me hoegenaamd geen dank verschuldigd. Niets .... niets. Want al wat ik ooit voor je zal kunnen doen beteekent niéts in vergelijking met het geluk dat jij me gegeven hebt, en dat de herfst van mijn leven verlicht.... Alles wat ik van je vraag, en de éénige voldoening, waarop ik hoop, is, dat, je als je over vijftig jaar een oude vrouw zult zijn geworden, rijk aan herinnering en levenservaring, en ik al lang verdwenen zal zijn, nogeens aan me denken zult, en tot jezelf zeggen: „Niemand heeft ooit méér van me gehouden dan Henri !"

Sluiten