Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zat, en zich, achter Janine, op den elleboog steunde, ontmoette zijn linkerhand, die onder het hoofdkussen gleed, een stuk karton. Hij twijfelde er niet aan of het was een foto, want op het karton zat een glad en zacht aanvoelend stuk papier geplakt. De afmeting was betrekkelijk groot, en de foto kon niet nieuw zijn, want de hoeken waren lichtelijk omgekruld en beschadigd. Hij stond op het punt die foto te voorschijn te halen, niet zoozeer uit nieuwsgierigheid dan wel om zijn vriendinnetje ermee te plagen, want hij was overtuigd, dat zij vrijwel geen geheimen voor hem had; — doch tenslotte zag hij toch ervan af. Hij trok zijn hand terug, leeg; want iets in hem zei hem, dat hij een ernstige onbescheidenheid zou begaan.

Langen tijd spookte de gedachte aan de foto in zijn hoofd rond. Hij vroeg zich af of Janine haar onder het kussen had gestopt om haar haastig te verbergen, toen hij binnen was gekomen, of opdat de beeltenis van het portret haar droomen zou vervullen. In beide gevallen moest zij dengene dien het voorstelde liefhebben.

Deze wreede ontdekking deed zijn lijden nog toenemen. En toch, hij vermoedde zelfs niet in de verste verte welk gevaar hem boven het hoofd had gehangen: — het portret, dat hij niet had willen te voorschijn halen, was dat van zijn zoon ....

Enkele dagen later deed zich opnieuw een belachelijke kleinigheid voor — de groote levensdrama's zijn vaak een samenhangsel van op zichzelf onbeduidende feiten

Sluiten