Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

had geld in zijn zak; zij zouden samen uitgaan en gedurende vier-en-twintig uur zouden ze leven als een jonggetrouwd paar.

Zij omhelsde en zoende hem hartstochtelijk.

— Ik ben blij dat je gekomen bent, lachte zij. Ik liep me eigenlijk gruwelijk te vervelen. De hemel heeft je naar me toe gestuurd .... Heb je al gegeten?

— Een kop koffie, dat is alles wat ik sedert gisterenavond naar binnen gewerkt heb.

— Luister, jongen, de werkster kan elk oogenblik binnen vallen. Ik zou niet graag willen, dat ze jou hier aantrof. Je kent het café op den hoek, als je links afslaat? „Chez Lebon" heet het. Ga daar nu naar toe, en eet dan meteen iets. Ondertusschen kleed ik me aan, en kom zoo gauw mogelijk bij je. Wil je?

— Best. Maar laat me niet te lang wachten ! . . . . We hebben zoo zelden de kans om overdag uit te gaan. . . . Waar gaan we naar toe?

— Toe, schiet op ! Ik ben niet gerust.... Binnen een half uur ben ik bij je.

— Een half uur; dat wil zeggen anderhalf uur!

Hij nam haar in zijn armen, en drukte heel haar

lenige lijf, naakt onder den badmantel, tegen zijn lichaam, van de enkels tot den mond.

— Toe, haast je, zei zij, terwijl ze zich uit zijn omhelzing losmaakte. Zij opende de deur, en duwde hem de gang in.

— Tot dadelijk ! . . . .

Sluiten