Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Eindelijk komt zij moeizaam overeind, alsof ze uit een zware bewusteloosheid ontwaakte; dan strijkt zij zich met de hand langs het voorhoofd, over haar verwilderde oogen.

— Het is afschuwelijk ! Afschuwelijk ! kreunt zij.

Zij baadt zich, kleedt zich aan, trachtend niet te denken. En telkens wanneer het beeld van den dokter weer voor haar oprijst, zooals hij daar stond, aan den voet van het bed, met zijn hand op zijn hoofd gedrukt, richt zij haar gedachten op iets anders .... Wat was het ook alweer voor een film, die ze gisterenavond gezien hadden? .... Met ontsteltenis merkt zij, dat zij zich zelfs die film niet meer kan herinneren.

Eten is haar onmogelijk. Alles wat zij tot zich neemt, zijn een paar glazen water. Om half drie komt de werkvrouw. Janine gaat op den divan liggen met het ochtendblad bij zich. Haar oogen zien niets. Haar oogen staren naar het binnenste van haar hersens. „Ik heb mijn vriend verloren," fluistert zij. „Mijn beste, misschien mijn eenige vriend. Ik heb hem verloren door mijn eigen stomme schuld. Welke booze geest heeft mij ingeblazen om hem deze beleediging aan te doen? Ik had het zoo goed bij hem. Zoo kalm en rustig. O, ja, dat is waar ook : ik wilde weten of hij werkelijk van mij hield. Wel, het is geslaagd ! . . . . Houdt hij van me ? Ik geloof het, maar ik weet het evenmin zeker als te voren. Het eenige wat ik bereikt heb, is, dat ik hem verloren heb !"....

Zij twijfelde er geen oogenblik aan, of hij was heengegaan

Sluiten