Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

rust. Reeds stelde men hem op één lijn met de andere menschelijke wrakken, die hun afgetobtheid en verlatenheid mengen in dit feest.

Een klok wees twee uur. Bakowski nam een taxi en het zich naar huis brengen.

Toen hij zijn woning bereikt had en langs de deur ging waarachter zijn zoon sliep, was het hem of zijn keel tot stikken toe werd dicht gewrongen. Het deed hem pijn, alsof men hem met een naald het hart doorboorde.

Zooals immer, wanneer hij laat thuiskwam, trok hij op de gang voor de deur zijn schoenen uit en liep zachtjes naar zijn werkkamer. Doch zijn vrouw had hem bemerkt. Hij hoorde haar zacht roepen :

— Ben jij daar, Henri ?

— Ja-

— Wat heb je ons in ongerustheid gelaten ! . . . . Waar ben je den heelen dag geweest? .... Had je niet even kunnen opbellen? Een tiental zieken hebben tot zes uur op je gewacht. Ik wist niet wat ik hun zeggen moest!

— Ik had een ernstige operatie, een man in stervensgevaar, een spoedgeval, dat geen uitstel kon lijden. Ik had wel wat anders aan m'n hoofd dan telefoontjes .... En het is nog niet afgeloopen. Ik moet er straks weer naar toe.

— Neem in ieder geval een beetje rust, vent!

— Niet vóór alles achter den rug is.

— Goeden moed, chéri !

Sluiten