Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Warschau, waar ik wil trachten, mij gedurende de jaren, die mij nog te leven resten, nuttig te maken. — ^oodra ik daar ben, zal ik je uitvoeriger schrijven. Het is mij alles nu nog te verward, en ik weet niet of ik je vragen zal te scheiden, zooals je mij eens grootmoedig hebt aangeboden. Misschien dat het voor jou beter zou zijn, indien je geheel vrij waart.... Voor mij zou dat in geen enkel opzicht verandering in mijn toestand brengen. — Laat dezen brief aan onzen zoon lezen. Hij is oud genoeg om te begrijpen. Ik hoop, dat hij voor jou een goede zoon zal zijn, zooals jij voor mij altijd een goede echtgenoote bent geweest. — Vergeef mij. En ... . zoolang de herinnering aan mij niet uit je is weggevaagd, .... denk aan mij met medelijden en barmhartigheid."

Hij teekende, herlas den brief en wilde nogmaals opnieuw beginnen. De brief gaf niet voldoende weer wat er in hem omging. Niettemin vouwde hij het papier dicht, sloot het in een enveloppe en legde het, duidelijk zichtbaar, op zijn schrijftafel.

Uit een muurkastje, met een letterslot, waarin hij zijn vergiften bewaarde, nam hij een kleine agenda, welke hij zijn „dagboek" noemde. Het was een zakboekje, een jaar-kalender, met twee dagen op elke bladzijde, zoodat er iederen dag eenige ruimte was om een gedachte neer te schrijven. Sinds het begin van zijn huwelijk was hij gewoon, eiken avond, alvorens te gaan slapen, enkele woorden in een dergelijk boekje te noteeren. Het deeltje

Sluiten