Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Zij haalde een beursje uit haar ceintuur en nam er een klein verkreukeld portretje uit. Een strand-foto van een meisje van 6 of 7 jaar in een badpakje.

— Tweemaal per jaar bedrink ik me tot ik niet meer op mijn beenen staan kan. Den 6den Februari — haar verjaardag ....

— En?

— Den 4den November.

Den dag waarop ze zich aan Bakowski gegeven had.

— Waarom den 4den November? Betreur je dien dag?

— Het is een dag, dien ik uit den kalender zou willen schrappen .... Het was zoo mooi — cher ami, en het zou zonder die zwakheid ongerept gebleven zijn ! Het was verkeerd, wat we deden .... Vind je niet ? ... . De eenige vlek op die schoone herinnering .... Voor mij was je een god; maar vanaf dien dag waren we eender als de rest.

— Anne ! riep hij uit. Je lastert! Je bent wreed ! . . . . Luister ! Ga met mij mee naar Warschau ! Morgen, als je wilt !

Zij schudde het hoofd.

— Ik zou je ongelukkig maken. Al dien tijd heb je zonder me kunnen leven. Je was me vrijwel vergeten, nietwaar? En dat is ook veel verstandiger .... Waarom ben je het verleden komen opgraven? Nee, onze roman is uit!

Hij zuchtte.

— Niéts is uit, niets is afgeloopen! Ik hou nog

Sluiten