Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Dit initiatief heeft in de jaren 1803 en 1804 geleid tot de oprichting van het „Hoofd-Capittel der Opper-Graaden der Vrijë-Metselarij in de Bataafsche Republiek, derzelver Coloniën en Landen", ons tegenwoordige Hoofdkapittel der Hooge Graden in Nederland, zijne Koloniën en andere Landen.

De Hooge Graden, welke van de destijds beoefende zijn erkend bij de bevestiging van het Hoofdkapittel, zijn, naar luid van het in 1807 vastgestelde Wetboek voor de Hooge Graden, de volgende :

1. de Graad van Elu of uitverkoren Meester;

2. de Schotsehe Graden of die van Ridder van St. Andreas;

3. de Graad van Ridder van den Degen of van het Oosten;

4. de Graad van Souverein Prins van het Roosen-Kruis.

Deze Graden moesten, volgens de bepalingen van het Wetboek, elkander bij opklimming volgen en de receptiën in dezelven werden praeciselijk ingericht naar de ritualia en formulieren van ouds in gebruik, of nader bij wettig besluit van het Hoofd-

Kapittel in te voeren.

In de eerste vijftig jaren na de wettige erkenning van de Hooge Graden werden dan ook vier receptiën vereischt om die Graden deelachtig te worden. Bij besluit van het Hoofdkapittel van 1854 is hierin eene belangrijke wijziging gebracht, en wel deze, dat de receptiën in forma voor de eerste drie zijn afgeschaft, terwijl ook de titel van : Souverein Prins van het Rozenkruis is veranderd in dien van Ridder.

In het buitengewoon Hoofdkapittel van 27 September 1885 werd bij de wijziging van het Wetboek en het Rituaal, de oude naam van Souverein Prins van het R.+ hersteld. Men bleef zich evenwel Ridder of Broeder noemen.

De Graden van Elu, van Ridder van St. Andreas en van Ridder van den Degen of van het Oosten worden sedert 1854 historische graden genoemd. Alvorens echter tot de inwijding tot Ridder van het R.". +, welke niet anders dan in forma mag geschieden, te worden toegelaten, behooren de candidaten te worden bekend gemaakt met den zin en de beteekenis van deze Historische Graden, volgens de overleveringen en ritualen van ouds bij het Hoofdkapittel bewaard en gevolgd, opdat zij geacht mogen worden ook die Graden te kennen en deelachtig te wezen.

Sluiten