Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

In letterlijken en figuurlijken zin beteekent dit een volksgemeenschap bouwen van den grond af. Een werkelijke volksgemeenschap kan alleen bestaan in hechten samenhang met den bodem; een volk zonder bodem, zonder Vaderland is niet te bouwen. Een sterke boerenstand, vastverbonden aan den bodem, is de grondslag voor ons volksbestaan, hierop — op dit hechte fundament .— dient de levenskracht van ons volk gebouwd en tevens de hoeksteen geplaatst te worden voor ons economisch bestaan.

Onze bodem dient gansch ons volk tot woonplaats en ons boerenvolk in het bijzonder tot werkplaats. Die werkplaats dient goed te worden ingericht in behoorlijke bedrijven van verschillend formaat. Aan het hoofd van ieder dier bedrijven staat een boer als leider van het bedrijf. Niet ministers of ambtenaren, of wat nog erger is, crisis-ambtenaren, zijn verantwoordelijk, maar hij. Baas op eigen erf, mits dit erf dient het volk. De koning is de eerste dienaar van zijn volk, de boer de tweede. Maar de boer is van zijn plaats gedrongen door de democratie, die in hem zag „maar de boer”, die kan worden geringeloord door de partijen-dictatuur, op een manier waar de honden geen brood van eten.

De boer zorgt, dat het volk voedsel heeft en het volk zorgt, dat de boer zijn plaats en daardoor zijn eer terug krijgt. Dat is een hoeksteen van het nationaal-socialisme. Zijn plaats is de grond, het erf, het bedrijf. Zijn eer is de eer van zijn geslacht, de eer van zijn stand, de eer van zijn volk. De boerenarbeider is zijn helper, zijn medewerker, zijn volksgenoot. Ook de boerenarbeider heeft zijn eer, die niet behoeft onder te doen voor die van den boer.

H oe democratischer een land, des te meer wordt de boer onder den voet geloopen en met hem de plattelands-arbeider. Er zijn goede boeren en er zijn slechte boeren. De slechte boeren zullen een kwade tijd krijgen onder het nationaalsocialisme. Het nationaal-socialisme duldt geen verwaarloozing of hoorigheid, geen verwaarloozing van den bodem en geen slavernij van volksdeelen, niet in de stad en niet op het platteland. De vrijmaking van den mensch is en blijft hoofddoel. En het is niet mogelijk een vrij mensch te zijn, wanneer men volslagen afhankelijk is van anderen. Ook de boerenarbeider

Sluiten