Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Tot slot dan tot u, mijne kameraden:

Vijf jaar lang heeft men ons uitgelachen, gehoond, gegeterroriseerd, verdacht gemaakt. Is de beweging daaraan bezweken? Integendeel, zij is sterker en sterker geworden, zij omvat het gansche land, ja Indië mede. Zij is georganiseerd, zij heeft een dagblad, een weekblad, een maandblad, maar bovenal, zij heeft haar roeping en in haar leeft de geest van onoverwinnelijkheid. Het is geen kunst om een volk er onder te houden met gummiknuppels en mittrailleurs, totdat een bloedige revolutie er een eind aan maakt. JYLaar het is wel een kunst en tevens een hooge roeping om met vreedzame middelen den geest van liberalisme, democratie en marxisme, die ons volk naar den afgrond voert, die rechtstreeks leidt naar Moskou, definitief om te buigen in de richting van den wederopbouw door het nationaal-socialisme uit te dragen naar honderdduizenden volksgenooten.

Dit is onze taak in dezen tijd. Harde inspannende, langdurige arbeid is daarvoor noodig, van mannen en vrouwen, die weten wat zij willen en zich door niets en niemand laten tegenhouden. Daarbij zult gij dagelijks op onverstand stuiten en op een muur van leugens, die de zielen vergiftigd hebben. Daar moeten wij doorheen en daar komen wij doorheen.

Wij zijn nu met 55.000 man en al zouden er van de 55.000, 50,000 den strijd opgeven, dan ga ik met 5000 verder om den strijd te winnen. Wij zullen Nederland hebben te redden van het roode beest. Wij willen geen Spanje hier, wij willen geen verwoestenden oorlog, maar wij zullen bouwen, hier en in het onmetelijke imperium, aan de wederopstanding van ons volk, totdat het zal zijn volbracht.

Vol moed en vertrouwen gaan wij het tweede tijdvak in. Ik verwacht van u vertrouwen, toewijding, discipline in steeds sterker mate. Het leger marcheert, ik ga u weer voor, wij zullen onzen plicht doen en de historie zal ons recht doen.

Op onze klok heb ik aangebracht ons devies:

„Ik roep hen, die zijn den Vaderlandt ghetrouwe tot in den doet.”

Sluiten