Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Naar de wijze waarop hef besfuur over deze landschappen georganiseerd is, kan men deze groepen nog weer onderscheiden in landschappen met disfrictsbestuur en landschappen waar het adatbesfuur intact bleef. De beide eerste groepen en Pelalawan voerden het districtsbestuur in, terwijl men in de Rokan en KamparKiri groepen het adatbestuur aantreft.

De bestuursorganisatie van het landschap Pelalawan vertoont veel overeenkomst met die van de sultanaten. Het bestaat uit een viertal gebieden *), thans districten, vereenigd tot één zelfbestuur onder het voornaamste hoofd als zelfbestuurder.

De bestuursorganisatie der Batoe Barasche en Laboean Batoesche landschappen wijst op menangkabausche herkomst. Zij zijn samengesteld uit soekoe's (sedert eenige jaren districten). Dit begrip beteekent hier niet, zooals gewoonlijk, óf geslachten (sfamdeelen) dus een bloedgemeenschap, óf unies van onderling niet verwante groepen, doch groepen van kolonistenfamilies, afkomstig uit éénzelfde oord. Hef zijn dus oneigenlijke soekoe's 2), territoriale begrippen. Zij stonden aanvankelijk onder hun eigen hoofden; het ambt van soekoehoofd was erfelijk. De voornaamsten onder hen werden als vorsten beschouwd.

Een zuiverder menangkabausch beeld vertoonen de

pinang. Panei en Bila.

De Rokan landschappen heeten: IV Kota Rokan Kiri, Koentodoressalam, Rambah, Kapanoehan, Tamboesai.

De Kampar-Kiri landschappen heeten: Goenoeng Sahilan en Singingi.

l) Langgam, Pangkalan Koeras, Boenoet, Serapang.

a) Prof. v. Vollenhoven, Het adatrecht van N.I., dl. 1, blz. 164.

Sluiten