Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gebruik van een instelling, dateerend uit den tijd dat de bonden de suprematie van Atjeb erkenden. Deze erkenning bestond hierin dat de vier voornaamste oeroenghoofden zich als zoodanig lieten bevestigen door het atjehsche vorstenbestuur. Deze vier hoofden behoorden tot verschillende stammen. Er was nog een vijfde stam, die deze gewoonte nooit gevolgd had. Het gouvernement heeft deze gewoonte weer toegepast en stelde vijf landschappen in. x)

De invloed van maleische vorsten was hier van weinig beteekenis.

Grooter was deze in de Simeloengoensche landschappen, waar in de verschillende landschappen een eenhoofdig gezag ontstond dat de dorpenbonden, die hier vermoedelijk ook bestonden, verdrong. De vorsten gaven, zooals elders ook geschiedde, deelen van hun gebied als apanages aan familieleden. Deze apanagehouders wisten een groote mate van onafhankelijkheid te verkrijgen. In plaats van dorpenbonden bestaan deze landschappen dus uit een gebied onder den zelfbestuurder en uit een of meer onderhoorigheden. Alleen in het landschap Si Lima Koeta, dat een deels karosche bevolking telt, bleven de oorspronkelijke instellingen intact a).

!) Het landschap Lingga bestaat uit de oeroengs: Teloe Koeroe, XII Koeta, Si Empat Teran, Si Lima Senina, Tiga Pantjoer en Tiga Nderdet.

Het landschap Baroes Djahe bestaat uit de oeroengs: Si Pitoe Koeta en Si Enam Koeta.

Het landschap Soeka bestaat uit de oeroengs: Si Pitoe Koeta Tjengging Karo, Si Pitoe Koeta Tjengging Toba, Soekapiring en Soeka.

Het landschap Sarinembah bestaat uit de oeroengs: Sepoeloeh Pitoe Koeta, Perbesi, Djoehar en Koeta Bangoen.

Het landschap Koetaboeloeh bestaat uit de oeroengs: Nomahadji en Liang Melas.

2) Tot het landschap Tanah Djawa behooren de onderhoorigheden: Dolok

Sluiten