Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

In dit verband dient nog iets gezegd te worden over de deels bataksche bevolking der delische oeroengs. Niet alleen Deli, maar ook Langkat, Serdang, de Batoe Barasche landschappen hebben een gedeeltelijk bataksche bevolking, wonend tusschen de kuststrook en den voet van het hooggebergte. Prof. van Vollenhoven noemt deze streken den batakschen achterwalx).

De tot Deli en Langkat behoorende bataksche achterwal is gekoloniseerd vanuit de Karolanden en behield den band met het land van oorsprong, totdat de maleische invloed zich deed gelden.

Deze was het sterkst in de benedenstreken, de Senoean boenga (waar vroeger kapok geplant werd). Later drong die invloed ook door in de moeilijker begaanbare bovenstreken, de Senoean gambir (waar men vroeger gambir plantte). De voornaamste der kampongbestuurders in ieder van deze streken werd de schakel tusschen het oeroenghoofd en de kampongbestuurders. Men zou hen onder-oeroeng-hoofden kunnen noemen.

In Langkat zijn enkele voorname kamponghoofden (anak soerambik), die rechtstreeks contact bleven behouden met het oeroenghoofd.

De bevolking van den serdangschen achterwal behoort,

Periboean, Simpang Bolon en Girang.

Tot Siantar behooren: Bandar, Sidepmanik en Si Polha.

Tot Panei: Dolok Batoe Nanggar, Goenoeng Maryah, Dolok Sariboe en Si Poldas.

Tot Raja: Boeloeh Raja.

Tot Dolok: Oeroeng Silau.

Tot Poerba: Kinalang.

*) Het Adatrecht van N.I., dl. 1, blz. 294.

2

Sluiten