Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

woordiger der dorpsgemeenschap tegenover de centrale overheid, doch slechts eenigen invloed bezit als haar lastdrager binnen de kampong.

Het bestuur trachtte daarom te geraken tot werkelijke dorpsgemeenschappen met een vrij groote mate van autonomie. Geleidelijk herstel van het oude kampongbestuur, waarbij het kamponghoofd weer geheel zijn oorspronkelijke plaats zou innemen, nl. die van volkshoofd naar binnen, tevens vertegenwoordiger der kamponggemeenschap naar buiten, was het einddoel. Hierbij stond het bestuur voor oogen het beeld dat de karo-dorpen op de hoogvlakte vertoonen, waar de gezonde, krachtige, kleinste inheemsche rechtsgemeenschap of belangenkring: de „•wijk”, vertegenwoordigd door den pangoeloe kesain (wijkhoofd) met de pangoeloes roemah (familiehoofden), samengegroeid zijn tot het dorp, de „koeta”, met zijn pangoeloe koeta bijgestaan door de wijkhoofden, uit welke dorpen op hun beurt de dorpsbond, de „oeroeng” groeide met den sibajak, bijgestaan door de dorps-pangoeloes, aan het hoofd.

Hier derhalve een gezonde opbouw met de kleinste rechtsgemeenschap als grondslag, tegenover de verdwijning van dien grondslag in het maleische gebied voor het autocratische, centrale gezag der vorsten.

In het maleische gebied komt het er derhalve op aan door de zelfbesturen regelingen te doen treffen, welke in beginsel de autonomie van de kleinste inlandsche belangensfeer herstellen, d.w.z. aan die gemeenschappen het recht verleenen desgewenscht de inwendige regeling harer eigen belangen over te nemen.

Sluiten